Tips en ideeën voor zintuigenverhalen
Je wilt aan de slag met zintuigenverhalen – leuk! Of misschien heb je al eens een voorgelezen, maar zijn er nog dingen die je lastig vindt. Op deze pagina vind je informatie en tips die het voorlezen net wat makkelijker of leuker kunnen maken. Heb je zelf nog tips, of een vraag? Neem dan contact met ons op!
Voor het eerste verhaal
Behoefte aan meer informatie?
- Op deze webpagina staat veel informatie over Zintuigenverhalen bij elkaar. Je kan er eens rustig doorheen klikken. Hier vind je bijvoorbeeld de introductievideo over Zintuigenverhalen, en deze instructie over het voorlezen.
- In deze e-module staat beschreven hoe je in 7 stappen een eigen zintuigenverhaal kan maken.
- Lees de handleiding over ‘Zintuigenverhalen over bijzondere gebeurtenissen’ wanneer je een Zintuigenverhaal wil gebruiken om iemand voor te bereiden op bijvoorbeeld een uitvaart, verhuizing of ziekenhuisbezoek. Ga naar de pagina over zintuigenverhalen over bijzondere gebeurtenissen.
Als je het spannend vindt of niet weet hoe te beginnen
Bekijk een paar voorbeeldfilmpjes, dan zie je dat een verhaal er op allerlei manieren uit kan zien.
Kies dan een voorbeeldverhaal uit dat jou en degene die je gaat voorlezen aanspreekt. Op deze pagina zie je welke verhalen er zijn. Je kunt deze voorbeeldverhalen downloaden, eventueel aanpassen en printen. Of vraag iemand om het verhaal de eerste keer samen voor te lezen. De één leest het verhaal, de ander pakt de voorwerpen.
Bedenk met een open blik wie gaat voorlezen
Iedereen kan voorlezen! Ouders kunnen zelf voorlezen aan hun kind. Ook kan het erg leuk zijn als anderen dit (ook) doen. Denk jij als ouder dat zintuigenverhalen voorlezen echt iets voor je kind is, maar heb jij hier zelf geen ruimte voor? Vraag dan een opa, oma, oom, tante, of ander familielid of vriend(in). Vaak vinden zij het ook leuk om zo’n rol te hebben en iets speciaals met hun kleinkind, neef/nicht te doen. Ouders kunnen altijd helpen door mee te denken bij het kiezen of maken van het verhaal en bijpassende prikkels en ondersteunde communicatie.
Praktische voorbereiding
Aanpassen van een zintuigenverhaal
Elk zintuigenverhaal op deze website kan je aanpassen op de mogelijkheden en beperkingen van degene die je voor gaat lezen. Een verhaal zal je net iets anders aanbieden aan iemand die helemaal doof is, dan aan iemand die helemaal blind is. Tegelijk kan het juist ook goed zijn om iemand een klein beetje uit te dagen. Sommige voorwerpen maken geluid, maar trillen daar ook bij, dat kan ook interessant zijn. En iets dat je niet ziet, kan je misschien wel voelen of bewegen. Vindt iemand iets proeven of ruiken spannend? Je kan dat voorwerp toch in het verhaal houden, en het wellicht voelen of bekijken. Dring echter nooit een voorwerp op en respecteer iemands grenzen.
Kies de juiste vorm van ondersteunde communicatie
Bij elk zintuigenverhaal dat je kan downloaden op de website worden er verschillende opties voor ondersteunde communicatie aangeboden. Je hebt dus verschillende versies van een verhaal: met picto’s, met foto’s, en/of met een afbeelding van het gebaar. Je kan kiezen wat het beste past bij degene die je gaat voorlezen. De foto’s kun je eventueel vervangen door foto’s van jullie zelf, of van het voorwerp dat je daadwerkelijk gaat gebruiken.
Twijfel je wat het beste past? Overleg dan met een van de behandelaars van degene die je gaat voorlezen, bijvoorbeeld een logopedist, communicatiedeskundige of pedagogisch behandelaar.
En onthoud: elk verhaal lees je een aantal keer voor. Je kunt dus gerust iets uitproberen. Werkt het na een aantal keer uitproberen niet? Pas het dan aan. Bij elk verhaal dat je voorleest, zal dit steeds makkelijker gaan.
Printen van het zintuigenverhaal
Print de verhalen enkelzijdig uit, in kleur. Het kan verwarrend zijn wanneer zowel links als rechts een nieuwe pagina verschijnt bij het omslaan. Dat voorkom je door het enkelzijdig af te drukken. Dan staat de zin en de foto/picto/gebaar steeds op de rechterzijde.
Geen (kleuren)printer thuis? Je kan printen in de bibliotheek (ook als je zelf geen abonnement hebt).
Verzamelen van de voorwerpen
Kijk goed naar welke voorwerpen er in het verhaal benoemd worden. Sommige heb je misschien al in huis. De meeste anderen kun je eenvoudig bij de gewone winkels kopen. Het is leuk als je een voorwerp kiest dat zo herkenbaar en aantrekkelijk mogelijk is voor degene die je voorleest. Lees je bijvoorbeeld het verhaal ‘Jip bakt koekjes’? Gebruik dan bijvoorbeeld een keukenschort van thuis, of de beslagkom die thuis ook wordt gebruikt. Of lees je het verhaal over Bob in huis maar hebben jullie geen blokken of wordt daar niet mee gespeeld? Dan kan dat ook vervangen worden door bijvoorbeeld autootjes.
Handig bewaren van het zintuigenverhaal en de voorwerpen
Gebruik een multomap met insteekhoezen om het verhaal in te bewaren. Zo lijkt het echt op een boek, kan je er doorheen bladeren en blijven de papieren enigszins beschermd. Deze zijn te verkrijgen in elke kantoorboekhandel of winkels zoals de HEMA of Action.
Bewaar de multomap en bijbehorende voorwerpen samen in één tas of doos, die je elke keer meeneemt bij het voorlezen. Dat is handig voor jezelf, maar het helpt degene die je voorleest ook om het voorleesmoment te herkennen. Zo maak je er echt een vast ritueel van. Dat helpt alvast bij de voorpret!
Let op: kies bij voorkeur voor een doos die niet doorzichtig is. Het kan afleidend zijn als iemand al alle voorwerpen kan zien voordat deze aan bod komen.
Planning en timing
Een vast moment
Het kan helpen als je een vast moment in de week inplant voor het voorlezen. Dat is fijn voor jou als voorlezer: je voorkomt dat het voorlezen steeds uit je misschien drukke schema valt. Voor degene die voorgelezen wordt, is deze voorspelbaarheid vaak fijn. Ook is het dan iets leuks om naar uit te kijken!
Natuurlijk kan het voorkomen dat je een keer niet kan. Maar met een vast moment in de week, pak je de draad zo weer op.
Timing
Kies een moment uit dat goed past bij degene die je voorleest. Het is handig als hij/zij nog genoeg energie heeft en niet te moe is. Als er een jonger broertje/zusje is dat je nog niet goed kan betrekken bij het voorlezen (zie tips ‘voorlezen’), kies dan voor een moment dat hij/zij naar de opvang is, of met iemand anders kan spelen.
Voorlezen
De juiste plek om voor te lezen
Zorg ervoor dat jullie op een comfortabele plek zitten, waarbij degene die voorgelezen wordt goed zijn/haar aandacht kan geven aan het verhaal en de voorwerpen en degene die wordt voorgelezen ook zijn/haar aandacht kan richten op het verhaal en niet wordt afgeleid. Samen op de bank kan gezellig zijn, maar het kan ook veel onrust geven. Een (aangepaste) stoel en genoeg ruimte voor de multomap en de voorwerpen kan fijn zijn.
Ga als voorlezer zo zitten, dat je goed bij de map en de voorwerpen kan, en vooral: dat je goed contact kan maken met degene aan wie je voorleest. Zorg ervoor dat hij/zij jou kan zien, aanraken, horen en/of voelen, en dat jij ook hem/haar goed kan zien.
Voor rust zorgen tijdens het voorlezen
Zet tv, muziek of andere achtergrondgeluid en -beelden uit. Zorg ook dat je telefoon je niet kan storen tijdens het voorlezen. Het is fijn als er niet veel afleiding is.
Neem de tijd. Een verhaal bestaat maar uit 6-8 pagina’s, dus je hoeft je er niet doorheen te haasten. Kondig aan dat je een verhaal gaat lezen, leg de map neer en laat degene die je voorleest de voorkant onderzoeken.
Neem ook per pagina rustig de tijd: je leest de zin voor (eventueel met gebaren), je zet de ondersteunde communicatie in (bijvoorbeeld wijzen op de picto) en je introduceert het voorwerp. Geef degene die je voorleest de tijd om te reageren en te ervaren.
Samen op leuke wijze ontdekken van voorwerpen
Wanneer er een voorwerp om te zien of te voelen bij de pagina hoort, geef degene die je voorleest dan ruim de tijd om dit te ontdekken. Je kunt hem/haar eventueel helpen door zelf ook te voelen en kijken. Soms helpt het om iets ‘geks’ te doen om een reactie te ontlokken. Zet bijvoorbeeld een plastic koe niet op de poten maar op de rug, doe alsof je de bal gaat opeten terwijl dat niet kan, etc. Aanmoedigen kan prima, maar forceer de ander nooit om iets te doen wat hij/zij niet wil.
Soms is er een voorwerp aan de beurt waar je iets mee ‘moet’ of ‘kan’. Bijvoorbeeld een deegroller om koekjesdeeg uit te rollen, een pet om op te zetten of een feesttoeter om te blazen. Geef degene die je voorleest eerst de tijd om het voorwerp te onderzoeken. Je kan hem/haar uitnodigen dit te gebruiken. Eventueel kun je het zelf voordoen, en daarbij vertellen wat je doet (“Ik maak het deeg helemaal plat”), om daarna het voorwerp aan de ander aan te bieden en even af te wachten. Forceer niks. Voorlezen is vooral leuk en gezellig, en hij/zij leert er toch wel van. Leg geen druk op dingen moeten.
Soms komt er een voorwerp aan bod dat iemand op kan zetten of aan kan doen. Dat kan heel leuk zijn, maar ook heel spannend. Ook hier geldt; forceer niks. Vindt iemand het niet fijn om een hoed op te doen? Zet de hoed dan zelf op, of laat de andere de hoed bij jou op zetten. Of bekijk en voel hem gewoon los. Soms durft iemand na een aantal keer voorlezen opeens wel de hoed op te doen! En bedenk hierbij ook wat passend is voor iemand. Is iemand bijvoorbeeld slechtziend, dan is het logisch dat een donkere zonnebril opzetten te beangstigend is.
Communiceren over het verhaal
Betrek degene die je gaat voorlezen actief bij het verhaal. Je kan bijvoorbeeld vragen stellen (let op: geen ‘quiz’-vragen zoals ‘Wat is dit?’, maar open vragen zoals: “Hoe voelt dit?”), ook als iemand zelf (nog) niet praat. Je kan dan een mogelijk antwoord zelf voorzeggen of gebaren (“Dit voelt zacht.”). Geef degene die je voorleest ook de tijd om op zijn of haar eigen manier te antwoorden. Dat kan met woorden of gebaren, maar ook door te kijken, wijzen, aan te raken of met mimiek. Benoem dan wat je denkt dat hij/zij bedoelt (“Het kriebelt aan je handen. Dat is leuk!”).
Kijk wat iemand zelf kan doen
Bij het voorlezen kun je de ander actief betrekken. Bijvoorbeeld de pagina’s omslaan, of benoemen welk voorwerp bij de pagina hoort, of het gebaar maken dat bij de pictogram hoort.
Het kan gerust een paar keer duren voor iemand dat doorheeft, dus ook hier geldt: probeer wat voor jullie werkt en neem de tijd.
Overgang na een favoriet voorwerp
Het kan best moeilijk zijn voor iemand om te stoppen met een voorwerp en door te gaan naar de volgende pagina. Bijna iedereen heeft in elk verhaal wel 1 of 2 favoriete voorwerpen. Geef dit de ruimte; er mag best even verdriet of frustratie te zijn. Het kan helpen om duidelijk aan te geven met bijvoorbeeld een gebaar dat dat voorwerp nu klaar is. Ook kan het helpen als het voorwerp weer uit het zicht, in de doos of tas gaat. Het kan ook fijn zijn voor iemand om het voorwerp daar zelf in te doen, en daarmee wat regie te houden. Ook kun je met de bladzijde omslaan, en het pakken van het nieuwe voorwerp, laten zien dat er iets anders aan komt. Daarna kun je het favoriete voorwerp ‘ruilen’ met het nieuwe voorwerp.
Herhaling
Een verhaal kan je gerust vaak voorlezen. Stem dit ook af op degene die je voorleest en diens interesse: voor de één is 20 keer hetzelfde verhaal nog leuk, en voor de ander is het na 5 keer wel klaar. Dat kan ook aan het verhaal en de timing liggen. Soms helpt het om een item te vervangen door een verrassend ander item, bijvoorbeeld de plastic spin is opeens een elektrische spin of een knuffelspin geworden.
Je merkt zelf wanneer iemand aan een nieuw verhaal toe is, bijvoorbeeld als de aandacht snel verslapt, het routinematig wordt of de prikkels niet meer uitdagend zijn. Of je bent het verhaal zelf zat en kan het niet meer inspirerend vertellen. Het gaat hier om gedeeld plezier, voor beide partijen!
Tips voor ondersteunde communicatie en vormgeving
AI kan helpen bij het maken van afbeeldingen
Is er van een bepaald begrip wat in je verhaal belangrijk is geen Sclera pictogram? Of geen neutrale, rustige foto?
Met deze twee prompts kun je zelf met AI (bijvoorbeeld Copilot of ChatGPT) een afbeelding genereren. Doe dit met mate: de inzet van AI vraagt veel van het milieu.
Mind-Express
Werk je met Mind-Express? Dan kun je in Mind-Express een sjabloon aanmaken van een zintuigenverhaal. Binnen Mind-Express kun je dan de pictogrammen en foto’s in je sjabloon importeren.
We hopen t.z.t. hier ook een sjabloon te kunnen delen. Tot die tijd: mail ons als je het sjabloon zou willen!
Communicatiekaarten
Bij een aantal voorbeeldverhalen vind je communicatiekaarten. We hebben gemerkt dat met behulp van modelleren deze kaarten tot meer initiatief kunnen leiden tijdens het voorlezen bij kinderen die niet of nauwelijks spreken. Je kunt deze kaarten binnen Mind-Express zelf aanpassen op je eigen verhaal.
We hopen hier t.z.t. het sjabloon te delen. Tot die tijd: mail ons als je het sjabloon zou willen!
En verder….
Meertaligheid
Zintuigenverhalen voorlezen kan natuurlijk in elke taal. Dus ook wanneer degene die voorgelezen wordt bijvoorbeeld volledig Nederlandse Gebarentaal gebruikt, of een andere taal spreekt dan het Nederlands, kun je aan de slag met zintuigenverhalen. Kies een taal die het best bij jullie past. Zoek iemand die kan helpen om het zintuigenverhaal te vertalen of gebruik een online vertaaltool. Overleg indien mogelijk met de betrokken logopedist.
N.B. de handleiding en 4 zintuigenverhalen zijn in het Engels en in het Duits beschikbaar. Klik daarvoor op onderstaande link.
Als je bang bent iets fout te doen
Ben je bang dat je iets ‘fout’ doet, of loop je echt tegen problemen aan? Je kan altijd een keer een opname maken en vragen aan de logopedist of communicatiedeskundige om eens mee te kijken of tips te geven. Eventueel kun je ook via deze website om advies vragen. Kijk daarvoor bij ‘hulp en advies’ via onderstaande link.
Maar bedenk ook, echt “fout” kan je het niet doen, zolang degene die voorgelezen wordt nergens toe wordt gedwongen, de tijd krijgt en jullie af en toe plezier hebben. Iedereen heeft wel eens minder zin in voorlezen of heeft zijn/haar gedachten er niet bij – dat gebeurt ook bij het voorlezen van gewone verhalen!
Experimenteer
“Perfect is de vijand van ‘af’”. Het is fijn als je met zorg een verhaal voorbereidt, maar het hoeft niet perfect. Uitproberen mag en je leert ook door het samen te doen. Dus twijfel je nog? Probeer het gewoon een paar keer uit en ervaar zelf of het bij jullie past. En het allerleukste is het als het jullie gezamenlijke verhaal wordt! Dus geef de ander vooral ruimte om het verhaal verder te laten groeien zodat het echt bij jullie past.
Heb je een vraag?
Heb je na het lezen van de tips en ideeën toch nog een vraag? Of wil je graag een keer samen nadenken over een passend zintuigenverhaal. Neem dan contact met ons op!